01-04-10

petrus

Judas kwam eraan en hij had een grote bende bij zich met zwaarden en knuppels, gestuurd door de hogepriesters en oudsten van het volk.   Jezus zei tegen hem: ‘Vriend, ben je daarvoor hier!’ Toen kwamen ze dichterbij, grepen Jezus en overmeesterden Hem.  Op dat ogenblik zei Jezus tegen de bende: ‘Alsof Ik een bandiet ben, zo bent u met zwaarden en stokken op Mij afgekomen om Mij in handen te krijgen.  ...Toen lieten de leerlingen Hem allemaal in de steek en vluchtten weg. Petrus zat buiten,  er kwam een slavin naar hem toe, die zei: ‘Jij was ook bij die Jezus van Galilea.’ Maar hij ontkende het waar iedereen bij was: ‘Ik weet niet waar je het over hebt.’ Hij ging naar het portaal en een andere slavin zag hem daar en ze zei tegen wie daar stonden: ‘Die man daar was bij Jezus de Nazoreeër.’   Opnieuw ontkende hij onder ede: ‘Ik ken die man niet.’ Na een tijdje kwamen de omstanders dichterbij en zeiden tegen Petrus: ‘Inderdaad, jij hoort ook bij hen; trouwens, jouw spraak verraadt je.’Toen begon hij te vloeken en te zweren: ‘Ik ken die man niet.’ En meteen kraaide er een haan. Petrus herinnerde zich wat Jezus gezegd had: ‘Voordat de haan kraait, zul je Me drie keer verloochenen.’ Hij ging naar buiten en huilde bittere tranen.

 ( uit het matteus-evangelie)

 

De commentaren zijn gesloten.