04-04-10

van donker naar licht

Op een afstand stonden daar ook veel vrouwen te kijken.   Daar waren ook Maria van Magdala bij, Maria de moeder van Jakobus en Jozef, en de moeder van de zonen van Zebedeüs.  Toen het avond geworden was, kwam een rijk man  die Jozef heette; ook hij was leerling van Jezus geworden.  Hij vervoegde zich bij Pilatus om het lichaam van Jezus te vragen. Pilatus gaf toen het bevel om het aan hem af te staan. Jozef nam het lichaam, wikkelde het in zuiver linnen, en legde het in zijn nieuwe graf, dat hij in de rots had laten uithouwen. Hij rolde een grote steen voor de ingang van het graf en ging weg. Maria van Magdala en de andere Maria waren daar tegenover het graf gaan zitten.

Wachters bij de bron van alle leven

Bij het aanbreken van de eerste dag van de week gingen Maria van Magdala en de andere Maria naar het graf kijken. Plotseling kwam er een zware aardbeving. Want een engel van de Heer daalde uit de hemel neer, kwam naderbij, rolde de steen weg en ging erop zitten. Zijn uiterlijk schitterde als een bliksemflits en zijn kleding was wit als sneeuw. De wachters beefden van angst en werden lijkbleek. De engel zei tegen de vrouwen: ‘U hoeft niet bang te zijn, want ik weet dat u Jezus zoekt die gekruisigd is. Hij is niet hier: Hij is tot leven gewekt, zoals Hij gezegd heeft. Kom, kijk naar de plaats waar Hij gelegen heeft. Ga snel tegen zijn leerlingen zeggen: “Hij is uit de doden opgewekt, en zie, Hij gaat voor u uit naar Galilea; daar zult u Hem zien.” 

 

De commentaren zijn gesloten.